Getest: Volkswagen Fun Cup Evo3

Getest: Volkswagen Fun Cup Evo3Met de 3e generatie VW Fun Cup schakelt de van oorsprong Belgische raceformule opnieuw een versnelling hoger. Groenlicht.be mocht hem voor de gelegenheid uitproberen op het Circuit van Mettet!

Racen op budget? Het is zowat een contradictie op zichzelf. De vaste en variabele kosten verbonden aan het circuitracen zijn nu immers inherent aan de slijtage, het professionele materiaal en het concept op zich. De drang om de kostprijs zo laag mogelijk te houden is echter hoog. Het draait immers niet om de uitgaven maar om de beleving, het pure racen op zich en de competitiviteit onder de deelnemers. Het is precies wat stichter Franz Dubois in 1997 inspireerde om tot het ontstaan van de intussen legendarische Volkswagen Fun Cup te komen. Bijna 20 jaar en drie evoluties verder is raceformule bezig aan een heuse revival dankzij een nieuwe, strakke organisatie en nieuwe techniek die voor extra sensaties moet zorgen.

2016_vw_funcup_evo3-14

De boordcomputer van onze Hyundai i20 Active testwagen leest 4 graden wanneer we om half 9 ’s morgens de paddock van het circuit van Mettet opdraaien. Het derde belangrijkste circuit van België situeert zich ten Zuid-Oosten van Charleroi en ligt er op deze koele woensdagmorgen feeëriek bij. Zowat de ideale omstandigheden aangezien de zon van de partij is en verwacht wordt dat de temperatuur verder zal stijgen tot ongeveer 12 à 13 graden. De kleine paddock achter de pitstraat bruist reeds van de activiteit met tal van professionele racetrailers en teams die aanwezig zijn om potentiële aspirant racers met de Fun Cup te laten kennismaken. Andere maken van deze open trackday dan weer gebruik om hun stuurmanskunst verder bij te schaven.

2016_vw_funcup_evo3_bis-32016_vw_funcup_evo3_bis-1

2016_vw_funcup_evo3-5

Wie wil spelen met technische wijzigingen, ander rubber of andere variabelen is er aan voor de moeite. De VW Fun Cup gaat prat op zijn technisch gelijkwaardig deelnemersveld. Als er al verschillen zijn dan situeren deze zich tussen auto’s van de 1e, 2e of 3e generatie met ofwel één centrale rijpositie of auto’s uitgerust met twee zitplaatsen zoals onze ‘Flower Power’ auto die op ons te wachten staat.

2016_vw_funcup_evo3-1

Na een deugddoende tas koffie, de vestimentaire verplichtingen en een korte briefing is het tijd om uitgebreid kennis te maken met de meest recente generatie van de racekever. Veel heeft de Fun Cup-auto evenwel niet van doen met het populaire geesteskind uit de donkere jaren dertig. Sterker nog, op de voorruit na deelt deze Bug geen enkel onderdeel met de straatversie. En gelukkig maar. Zelf ben ik immers nooit echt wild geweest van de Kever. Niet de looks, noch de technische lay-out hebben mij ooit kunnen bekoren. De Fun Cup-Kever tapt dus uit een ander vaatje en is gebaseerd op een eenvoudig maar super stijf stalen buizenchassis, heeft de motor op de ideale plaats – in het midden – en een eenvoudige polyester carrosserie, kwestie van de kosten laag te houden.

2016_vw_funcup_evo3_bis-52016_vw_funcup_evo3_bis-8

Getest: Volkswagen Fun Cup Evo3

Diezelfde filosofie vertaalt zich ook naar de rest van de racer. Zowat alle onderdelen van de aandrijflijn en ophanging komen uit de grote Volkswagen-catalogus. Zo vinden de MacPherson ophanging en remmen van de Golf, net als de motor die intussen een 2.0 TFSI viercilinder benzine met directe injectie is. Goed voor een vermogen van 180 pk bij een gewicht van om en bij de 850 kg. Uitzondering op de gestandaardiseerde onderdelenwinkel is de sequentiële Sadev vijfbak die eigen is aan de Evo 3 en voor een extra racedimensie zorgt. Fun Cup-auto’s van de eerste en tweede generatie hebben dan weer een handgeschakelde vijfbak. Allen staan ze echter op gestandaardiseerd BF Goodrich g-Force Sport straatrubber, maatje 205/55 R16 rondom. Een bewuste keuze die niet alleen interessant is naar slijtage van de banden maar ook de nodige stress ontneem van de ophanging en de aandrijflijn.

2016_vw_funcup_evo3-3

De guitige Kevers mogen er dan wel olijk uitzien, onder de klassiek uitziende carrosserie schuilt een serieuze racer. Zo klim je eerst over de rolkooi die deel uitmaakt van het buizenchassis, waarna je plaats neemt in een uit de kluiten gewassen kuipstoel met vijfpuntsharnas. Eenzitters krijgen de bestuurdersstoel in het midden, tweezitters krijgen het stuur dan weer aan rechterkant. Een gevolg van de technische lay-out die het schakelmechanisme aan de rechterkant van de bestuurdersstoel vergt. Voorts is het binnenin één en al racer. Vlak voor je siert een afneembaar alcantara stuurtje met daarachter een digitale Racepak-cluster met cruciale info zoals de gekozen versnelling, schakellampjes, toerenteller, temperaturen en rondetijden. Links daarvan vind je een handige camera voor het zicht naar achter met links daarvan nevenfuncties zoals die van de ontsteking, starter, pit limiter, de knipperlichten een cut-off schakelaar en tenslotte enkele zekeringen. Na een uitgebreide briefing en het Circuit Jules Tacheny voor geopend, is het tijd voor onze vuurdoop.

2016_vw_funcup_evo3-12

2016_vw_funcup_evo3_bis-92016_vw_funcup_evo3_bis-7

Eerst aan de passagierszijde met instructeur, kwestie van vertrouwd de geraken met de rijlijnen en de circuitetiquettes. Daarna is het onze beurt. Vanuit de paddock vertrekken we met behulp van de het ontkoppelingspedaal. En ook opschakelen naar tweede gebeurd best met met hulp van het linkerpedaal. Bij het uitrijden van de pits is het een en al racecar-vibe. Dankzij een ingebouwd communicatiesysteem kunnen we communiceren met de instructeur. Geen overbodige luxe gezien de hoeveelheid bijgeluiden en die van de motor en de ‘bak in het bijzonder. Zoals het een échte circuitracer betaamt stelt de Fun Cup-auto het zonder stuurbekrachtiging, rembekrachtiging, ABS, ESP of elke andere vorm van bekrachtiging of rijhulpelektronica. Het sturen gebeurd dan ook vrij zwaar, maar het bulkt dan weer van de precisie en feedback. Vreemd genoeg vraagt de sequentiële bak nauwelijks gewenning. Opschakelen naar derde, vierde en heel eventjes vijfde op het rechte stuk kan zonder te ontkoppelen met het gas vol open. Terugschakelen doe je dan weer wél met hulp van het derde pedaal. Klinkt misschien niet al te intuïtief maar dat is het wel.

2016_vw_funcup_evo3-11

Gelukkig maar, want vooral de eerste twee à drie ronden is het een spervuur van prikkels en gebeurtenissen rondom. Focussen op de rijlijn, de gekozen versnelling, rempunten, verkeer voor en achter, omgaan met remmen, en dat allemaal terwijl de instructeur constant commentaar en tips geeft. Het is wat. Vooral achterliggend, sneller verkeer zorgt voor de nodige extra stress. Je wilt immers niet diegene zijn die een ander VW Funcupper in de gravel mikt. Of erger. Maar gaandeweg groeit het vertrouwen in de auto en in ons eigen kunnen waardoor het tempo de hoogte ingaat. Officieel werden er geen rondjes gechronometreerd, maar je voelt al snel wanneer je efficiënter sturen gaat. Zo haalden we na een tijdje ook andere auto’s in. Ons laatste rondje van onze dubbele stint was dan ook telkens het beste.

2016_vw_funcup_evo3-10

Het smaakt in elk geval naar meer want er lag heus nog wat marge op tafel. Vooral in de remzones dan. Want daar waar je met een straatauto gewend bent progressief te remmen, doe je op dit soort auto’s net het omgekeerde. Behoorlijk contra-intuïtief dus maar o-zo-verslavend, zeker wanneer je af en toe toch eens dat perfecte rempunt grijpt, de apex mikt en op het juiste moment terug vol op het gas kunt gaan. Maak je echter een fout, dan communiceert het chassis meteen de juiste signalen waardoor je snel kunt reageren. Het chassis kent een erg neutrale setup, mede dankzij de middenmotorconfiguratie. De straatbanden zorgen dan weer voor enerzijds een erg lineaire reductie van mechanische grip in de bochten, en dus toegankelijkheid, en anderzijds dat je op een en hetzelfde setje bijzonder veel circuitkilometers kunt rijden. Zo wordt er tijdens de befaamde 25 uur van Francorchamps slechts één keer van banden gewisseld.

2016_vw_funcup_evo3-8

De georganiseerde chaos van een echte race is ongetwijfeld nog een ander paar mouwen, maar alle ingrediënten voor een serieuze raceformule zijn in ieder geval aanwezig. Het Fun Cup-kampioenschap bestaat uit een zevental wedstrijden op de circuits van Francorchamps, Dijon Prenois, Zandvoort, Zolder, Colmarberg en tenslotte de 10 uur van Mettet waar op 28/29 oktober aanstaande de laatste race van het seizoen wordt gereden. De meest tot de verbeelding sprekende race is uiteraard de 25 uur van Francorchamps waar jaarlijks meer dan 150 Fun Cup-auto’s voor de overwinning kampen. Zeg maar een mini-Le Mans on a budget.

Conclusie
Klinkt goed horen we jullie denken. Wat kost dat dan? Tussen de 35.000 en 60.000 euro voor de auto en nog eens tussen de 1.000 en 1.200 euro per uur geracet. Lang geen wisselgeld dus, maar nog steeds schappelijk tegenover tal van andere racekampioenschappen. Bovendien houden de auto’s goed hun waarde en zijn ze gezien hun modulaire opbouw praktisch onverwoestbaar. Zij die geïnteresseerd zijn maar niet noodzakelijk zelf een Fun Cup-Kever willen aanschaffen kunnen dan weer opteren voor een Arrive and Drive-formule waarbij je de auto per weekend/race kunt huren. Ook voor een enkele wedstrijd. Wie met een hoop vrienden dus eens verder wil dan kijken dat het lokale kartcircuit is bij de VW FunCup mogelijk aan het juiste adres. Wees bij deze wel gewaarschuwd, want het smaakt ongetwijfeld naar meer.

Meer info: funcup.eu

2016_vw_funcup_evo3-2

Tekst: Pieter Ameye

Deel dit bericht:

Reageer

Reactie aan het plaatsen...