Column: Een blik op China

VW_Jetta
Gisteren nog had ik een telefoongesprek met mijn oom, die zich trouwens aan de andere kant van de wereld bevindt. Het onderwerp van gesprek was de aankoop van nieuwe bedrijfswagens.

Die man vervult namelijk een functie als leider van het bedrijf en besliste het wagenpark uit te breiden. Daar ik een van de weinigen ben uit de familie met kennis van auto’s, deden de gesprekskosten en het uurverschil er niet meer toe. Alles kwam ten slotte op rekening van het bedrijf waardoor hij niet alles uit eigen zak moest betalen. Althans, zo werd me gezegd. China is uiteindelijk een compleet ander land. Zo is men bijvoorbeeld niet bang de waarheid te verdoezelen ten voordele van een ander element. Dit niet enkel op dergelijk vlak, maar zo goed als op alle vlakken. Neem nu als voorbeeld wanneer ik vorig jaar naar China reisde in de paasvakantie. Normaliter gebeurt de verplaatsing tussen Shanghai luchthaven richting bestemming op eigen kosten. Deze keer echter niet. We werden afgehaald in een Buick Lacrosse, met verlengde wielbasis welteverstaan, en we werden vrijgesteld van alle tol – en brugkosten. Dit scheelt een aardige duit! Reden voor dit exces was dat ik meedeelde dat een goede kameraad uit België meereist. Voor Chinezen is dit genoeg reden tot bekommernis. Inderdaad, voor de overgrote meerderheid zit het nog steeds ingebakken dat blanke westerlingen als superieur wordt beschouwd. De plaatselijke term “lăo wài” (letterlijk: oude vreemde) is dan ook niet misplaatst. Het drukt namelijk respect en bewondering uit.

Wat alsmede opviel is dat de steden een explosieve groei kennen de laatste 10 tot 20 jaren. Kolossale gebouwen en wolkenkrabbers schieten als paddenstoelen uit de grond. Toch zijn er enkele factoren die maar niet willen veranderen. Zo herinner ik me nog steeds de dagen waar ik in mijn thuisstad rondsnorde in een VW Santana taxi – zeg maar, een oer-Passat – waarvan je verwacht dat ze elk moment letterlijk uit elkaar kunnen vallen. De Santanataxi’s behoren nog steeds tot een meerderheid in Chinese steden. Toch lijken taxibedrijven meer en meer deals te sluiten met andere merken zoals Hyundai, Chevrolet, Hong Qi, enz… De Santana blijft echter wel in het geheugen gegrift. Ze zijn nog altijd prominent aanwezig op het Chinese wegdek, ook als particulierenauto. Alhoewel dit model in de late jaren ’80 definitief vaarwel zei tegen het Europese continent, worden tot op de dag van vandaag nog steeds VW Santana’s van de band gerold in Shanghai. Een voorstander kan je me allerminst noemen. De auto heeft namelijk een gedateerd, zo niet prehistorisch uiterlijk, heeft nog steeds dezelfde 1,8l-motor (!) wat erg belastend is voor het milieu en is niet echt een topper op gebied van veiligheid. Airbag en ABS bestonden toen nog niet voor het grote volk en van ESP was nog absoluut geen sprake! De oer-Golf werd In Zuid-Afrika recentelijk uit productie genomen. Wanneer volgt de VW Santana? Volgens recente bronnen zou dit 2012 moeten zijn. Laten we hopen dat dit haalbaar is.

Het straatbeeld hoeft er daarom niet per se somber uit te zien, ook niet mede door de vele rookpluimen uit zware dieselmotoren van vrachtwagens, funest voor mens en dier. Hier en daar verschijnen auto’s getuigend van kapitaal en macht. Wat dacht je bijvoorbeeld van een BMW 760Li? Een Porsche 997 Turbo? Dikwijls zie je Chinezen een minuutje pauzeren bij dealers van exotische merken om al het moois een blik te gunnen. Zo passeerde ik ooit bijvoorbeeld voorbij de Bentleydealer van Shanghai, waarbij een stokoude man nog een lach op zijn gezicht toverde terwijl hij een fonkelnieuwe Bentley Continental Azure zat te bewonderen. Het beeld was te ongeloofelijk voor woorden. Een man met een typisch oubollige, sobere (lees: communistachtige) outfit in contrast met een object modellerend voor absoluut kapitalistische (Westerse) rijkdom en splendeur. Anno 2009 is dit mogelijk. Trek er 30-40 jaar af en je staat voor iets ondenkbaars. De culturele revolutie liet z’n sporen na en de mensen waren te proletarisch om auto’s te kopen, laat staan ze te bewonderen. Heden ten dage zijn verschillende prestigieuze automerken alom vertegenwoordigd in grote steden. Op termijn betekent dit sowieso een verschuiving naar exemplaren waar steeds meer mensen het hoofd voor omdraaien.

Er wordt gezegd dat de 19e eeuw de eeuw is van de Britten, de 20e die van de Amerikanen en de 21e die van de Chinezen. Of dit daadwerkelijk zo gaat zijn laat ik over aan anderen. Wel is het zo dat er veel veranderd is in de vele keren dat ik China heb bezocht. Toch verloopt niet alles van een leien dakje. Een voorbeeld is dat de auto-industrie zware kritiek krijgt te verduren. De redenen lopen uiteen, van gebrek van innovatie tot de veiligheid waarmee men het niet zo nauw neemt. Van schaamteloze kopies tot oerlelijk  design. Desondanks moet men uitkijken voor de toekomstige markt van automobielen. Alhoewel China nog veel te leren heeft gaat het dezelfde kant uit als Japan en Korea decennia geleden. Japanse auto’s als Toyota, Honda, Nissan e.d. behoren tot de top qua betrouwbaarheid. Koreaanse bolides zoals Hyundai, Chevrolet, Kia enz… zijn vooral praktisch bruikbaar met een gezond evenwicht tussen betaalbaarheid, betrouwbaarheid en rij-eigenschappen. China staat daar nog ver van. De tijd zal uitwijzen of ze even glans- en glorierijk zullen zijn óf ze er een soepje van maken.

Deze paasvakantie keer ik terug naar Shanghai. Naast het feit dat het project “The Shanghai Tower” alweer enige stappen vordert, zal ik vooral letten op de mysteries en clichés die rusten op en rond Chinese wagens. Ohja, heeft u al die tijd ook af zitten vragen welke auto’s ik mijn oom heb aangeraden? Het zijn uiteindelijk Audi’s geworden. 2 splinternieuwe Audi A6L met 2,0 TFSI motor. Met andere woorden, een gewone A6 maar met royale beenruimte achterin. En dit speciaal bestemd voor de Chinese markt! Ik zal alvast genieten wanneer ik (ooit) in één van deze auto’s zit. Hopelijk jullie ook wanneer jullie de kans krijgen!

Deel dit bericht:

Reageer

Reactie aan het plaatsen...